Alpenweek nieuwe stijl is nu al succes, een terugblik vanaf de start in 2003

Al 13 clubleden hebben zich inmiddels aangemeld voor de Alpenweek 2012 van 23 juni tot  30 juni in Baratier. Zullen nog meer klimliefhebbers zich gaan aanmelden voor deze, “wat lossere” fietsweek? Of  blijven het genoemde 13 die, eventueel met partner, tijd, zin en lef hebben om deze, ongetwijfeld weer gezellige, week te gaan meemaken?

Na jaren “als roepende in de woestijn” wist ik dan de RTC Schouwen-Duiveland in 2003 toch zover te krijgen dat de Alpenweek op de toerkalender werd gezet. Aarzeling was er nog genoeg, want slechts 7 RTC-ers durfden het avontuur aan en dat zevental werd aangevuld door een fietsvriend uit het hoge noorden. Onder de deelnemers ook 2 bestuursleden uit die tijd, te weten; Hans Broeders en Kees de Roo. Beiden waren zij absoluut geen klimliefhebbers, maar het avontuur van de speciale fietsweek en eens een keer iets speciaals te doen met de RTC  trok hen over de streep. Spijtig genoeg zijn Hans en Kees niet meer in leven en ik wil hen daarom eren met de openingsfoto als “kolonisten” van de Alpenweken. Onder verscheidene leden heerste er ook nog al wat scepsis, zo van; “wat moeten die gasten nou in de bergen, ze kunnen amper de Zeelandbrug en de Kering op”. In elk geval, het deelnemers aantal bleef op 8 steken.

Die allereerste Alpenweek zal waarschijnlijk altijd in de boeken blijven staan als de zwaarste. Als kenner van de streek wilde ik eigenlijk de mannen zoveel mogelijk laten zien. Zij kenden de namen van de Cols uit de Tour en ik wilde dat ze die “papieren namen” nu eens met eigen ogen konden aanschouwen en beklimmen. Het programma?  Bijna 650km fietsen met ongeveer 12000 hoogtemeters. Waar ik later op woensdag een kort klimritje van ca 12km op het programma zette stond in 2003 de Col de la Bonette van ruim 2800m hoog en 24km klimmen met de vermelding; “als we vroeg terug zijn kunnen we ‘s middags nog een tijd relaxen in Embrun. Vroeg terug? Het werd tegen 5 uur en iedereen was “afgedraaid”. De vrijdagrit met de beklimming van de Col de la Cayolle was niet de moeilijkste, maar in dat jaar voor de meesten wel de mooiste rit. De fraaie vergezichten en het piepen van de (veelal zichtbare) bergmarmotten zal daaraan niet vreemd zijn.  Tijdens de pauze op de top werden de vermoeienissen van de klim weggelachen en dat was volledig te wijten aan de humor van fietsende mannen die zich te buiten gingen aan grappen waarin de ezel (op dat moment zichtbaar van het mannelijk geslacht) en de serveerster een grote rol speelden. De jonge vent bij het “panneau” op de top is de 54- jarige Hans van Elzelingen en het jeugdige talent in het verband (val in de afdaling van de Col de Vars) is Frank van der Vliet. Waarom ook een foto van hen? Wel, beide heren hebben, samen met ondergetekende, tot nu toe voor alle Alpenweken ingeschreven. Ook de laatste dag van Alpenweek 2003 was memorabel want slechts 4 deelnemers hadden nog de puf om boven te komen op de top van de Col d’Agnel.

Eind 2003 was er al de zekerheid dat ook in 2004 een Alpenweek zou worden georganiseerd en met de ervaring van 2003 in de rugzak wist ik dat het programma wat meer ruimte voor ontspanning zou moeten bieden. Zo is de woensdagrit naar Les Orres geboren. Een klim van ruim 12 kilometer die in de latere jaren, tot groot plezier van de deelnemers, in tijdritvorm is uitgevoerd. Met een goede “sterkte”  indeling komt iedereen dan in enkele minuten tijd boven over de finish. Het was geweldig om een groepsfoto op de Col du Galibier te kunnen maken, maar als meest gedenkwaardige rit in 2004 zal zonder twijfel de 130km van Les Thuiles- Col de la Cayolle-Col des Champs- Col d’Allos- Les Thuiles, het Circuit des 3 Col genaamd, worden aangemerkt. De koninginnerit met 3250 hoogtemeters en 9 deelnemers. Tien clubleden hadden ingeschreven voor de fietsweek, maar helaas moest Leo Noordijk afhaken vanwege trieste omstandigheden. In de voorbeschouwing had ik vermeld dat we niet alleen vermoeid zouden zijn maar dat we ook laat terug in het hotel zouden zijn. Daarmee bedoelde ik zo rond 18.30 uur. De Col de la Cayolle is weergaloos mooi niet erg lastig maar wel 27km lang. De Col de Champs is andere koek, toen zeker want aardverschuivingen in het vroege voorjaar hadden voor enkele lastige passages gezorgd. Bovendien,  de Col is 17km lang en gemiddeld een procent of 7.  Als laatste van het drieluik volgt dan nog de Col d’Allos, 23km klimmen, niet al te steil en met een lastigste passage van ca 7,5%. Toen we rond 17.30 terugkwamen bij de auto’s  waren we met z’n zessen en moesten nog 2 medefietsers finishen. Ondanks pogingen daartoe kregen we geen telefonisch contact en even na zes uur vertrokken 5 fietsers met de auto richting hotel. Douchen, omkleden en op tijd aan het diner was de opdracht. Zelf bleef ik achter in de bus die de rest van het gezelschap thuis moest brengen en uiteindelijk kwamen wij dik na 9 uur bij het hotel aan onder applaus van de op het terras aanwezige hotelgasten. Johan Hendrikse tekende voor het verslag van deze fietsweek en haalde daarmee 3 pagina’s in het maandblad Fietssport, bovendien interviewde de PZC  Johan, Jos Geluk en Henry van Steenis.

In 2005 stonden 12 deelnemers aan de start en evenals in 2004 ook nu weer enkele nieuwkomers die, gegrepen door de verhalen van anderen, het avontuur ook wilden meemaken. Zelfs een criticaster van het eerste uur, die trouwens in 2004 al eens van de Alpenweek proefde door een paar ritten mee te rijden, was nu helemaal om en was enthousiast voorvechter van de Alpenweek geworden (zo is het toch Wim?). De groepsfoto van deze jaargang is gemaakt op de Col Lebraut boven de oevers van het Lac de Serre Ponçon. De “droom” van een aantal deelnemers om in de Alpenweek de Alpe d’Huez  te beklimmen wilde ik dat jaar laten uitkomen. Eerst ongeveer anderhalf uur in de auto om op ca 30 km van de voet van de Alpe op de fiets te stappen. Het was warm die dag, dat was al voelbaar op de Col d’Ornon het eerste obstakel. Dan Bourg d’Oisans richting Briançon en linksaf naar Alpe d’Huez. Nog even vlak, over het bruggetje, een scherpe bocht naar links en je rijdt een muur op naar bocht 21. Dan volgen 3 lastige kilometers met stroken van 11% stijgingspercentage. Ons pelotonnetje leek per meter uit te dunnen. Als je in bocht 20, 18 en 16 naast je naar omlaag kijkt dan zie Bourg d’Oisans snel kleiner worden. Na het kerkhof van het dorpje La Garde lijkt de spanning op de beenspieren wat minder te worden. Het is wat minder steil en ook de brede bochten bieden herstelmogelijkheden. Dan weer 2 pittige kilometers tot Le Ribot. Hierna loopt het stijgingspercentage weer wat terug, maar het is erg onregelmatig en het is lastig een goede cadans te vinden. De warmte doet wat met de mens en ik voel dat ik kippevel krijg. Warmtestuwing? Vochtgebrek? Ik laat het tempo wat zakken en John de Vrieze kijkt verbaasd om. Wij zijn de koplopers en gaat hij nu voor de dagzege? Ik drink wat en neem een reepje en voel dat alles weer onder controle is. John is al een eindje weg. We zijn inmiddels bij bocht 7, het stijgingspercentage zakt naar 6,5%, dat moeten we vrijwel direct bekopen met een strook van 11,5%. We passeren het dorpje Huez en zitten in het bovenste deel van de klim. Hoewel een deel van de gebouwen in het skioord al zo dichtbij lijkt moeten we nog altijd 250m hoogteverschil overwinnen. Mijn benen voelen goed en terwijl velen in de bochten even genieten van ontspanning pak ik dan vaak de binnenbocht. John is al blij dat ie leeft, dus ik loop nu snel in en de laatste kilometer rijden we gelijk op naar de “finish”. Zij aan zij klaren we de klus. Eén voor één druppelen de anderen binnen en aan de gezichten is te zien dat dit geen gemakkelijke opgaaf is geweest. Met in totaal 11200 hoogtemeters  en 601 kilometers is de Alpenweek 2005 zeker niet voor watjes geweest.

De Alpenweek van 2006 zit in mijn herinnering als de warmste van allemaal. Van begin tot eind was de hitte voor de 12 deelnemers de zwaarste tegenstander. Zoals gebruikelijk was er weer sprake van de harde kern van deelnemers en ondanks al jaren in dezelfde omgeving toch weer enkele nieuwe ritten met de Mont Colombis en de Vallon du Melezet. Helaas moesten we vanwege het warme weer de ritten soms wat inkorten. en dat leidde tot het feit dat we de Mont Colombis tot op heden nooit hebben beklommen. Uit deze week is toch de afsluitende rit, met picknick, naar de Vallon du Melezet het meest bijgebleven. Lastig om er te komen, want na de Gorges du Guil is de klim naar Ceillac pittig, maar dan komen ook die laatste 3 steile kilometers nog. Geen parcours waar je vrienden mee maakt, maar de geweldig verzorgde picknick daarboven vergoedde zeer veel. In deze week werden toch nog altijd 570km met ca 11000 hoogtemeters afgelegd.

In 2007 waren er naast “de harde kern” toch weer enkel nieuwkomers die zich met de Alpenreuzen wilden meten. Ook voor de “oudgedienden” waren nog niet eerder beklommen Cols aan het programma toegevoegd, te weten de Col de Noyer en de Col du Granon. Eén van de debutanten, Toon Wandel, schreef het weekverslag en uit zijn “ontberingen” volgt hier het verslag van de rit naar de top van de Col du Granon. —- Na een verplaatsing van een half uurtje met de auto beginnen we in Guillestre aan de “koninginnerit” , al vrij snel krijgen we een eerste klimmetje van 4km lang te verwerken. De benen staan gelijk weer op spanning. Dan volgt een erg steile afdaling van ca 1,5km waarvan ik met toen niet realiseerde dat we die aan het eind van de middag ook weer omhoog zouden moeten. Nog 3 kortere klimmetjes volgen en dan is het tijd voor koffie. Alhoewel, het is pleur, dit mag de naam koffie niet hebben. Gelukkig maakt de gezellige serveerster veel goed, ze straalt zoveel vriendelijkheid uit dat Cees bijna niet om de rekening durft te vragen. Na de “koffie” rijden via Briançon naar de voet van de Col du Granon, daar begint de Helletocht. We weten dat alleen de laatste kilometer gemakkelijk is met 6%. Van de andere elf zijn er 5km met 10 of meer procenten en de 6 resterende komen uit op gemiddeld 9%. Iedereen kiest weer z’n eigen tempo, dus Adri, Hans en Frank zijn al snel uit het zicht. Ook Cees Jonker zien we al snel niet meer voor ons uit rijden. Leo wilde in eerste instantie bij Ad blijven, maar ik weet hem al snel over te halen ook voor eigen eer te gaan. Voorlopig blijven Cees Lodewijk, Ad, Ronnie en ik dus als laatsten over. Na een km of 4 laat ook Cees Lodewijk ons alleen om eens te gaan kijken hoeveel de anderen vooruit zitten. Halverwege de klim wil Ad even stoppen. Ronnie hoort het niet en fietst alleen verder. Van de 9 kleine fietsertjes zijn er dan nog 2 over om samen, ‘gezellig’,  de laatste kilometers te voltooien. Overigens is het onderweg toch wel genieten van het fraaie uitzicht op de toppen van het Nationale Park des Ecrins. Na meer dan een uur klimmen komen Ad en ik als laatsten aan op de kale bergtop. De rest van de groep zit al lekker op het terras van het kleine barretje. We drinken nog wat mee, maken nog een groepsfoto in de mooie omgeving en beginnen dan aan de lastige afdaling. Met kramp in de vingers en schouders komen we allemaal weer veilig beneden. Na appeltaart en banaan onderweg gaan we op de terugweg naar Guillestre. En daar is ‘t ie dan, de steile afdaling van vanmorgen, alleen, we moeten nu naar boven. Ca 1,5km en gemiddeld 18% omhoog en dat met al ruim 100km in de benen. De Côte de Pallon is een ware verschrikking. Na deze zware dag komen we allemaal moe maar voldaan terug op camping of in hotel. Cees, en de andere ervaren “alpinisten” waren het er over eens dat dit een zware rit was. Na het eten nog even napraten op de camping, de gebruikelijke sterke verhalen, en dan rond hald twaalf ploffen we in bed.  Ik heb genoten, nog één dagje fietsen en deze mooie week zit erop.—-  In totaal hebben we 560km en 10650 hoogtemeters verteerd.

In 2008 bestond het gezelschap uit louter “recidivisten”  en die zouden allemaal op Camping Les Deux Bois verblijven. De fietsweek herbergde uiteraard de Tour du Lac, altijd schitterend. Het tijdritje naar Les Orres, en de klassieker de Col de Vars heen en terug. Als lange rit was gekozen voor een Rondje Col d’Izoard, 135km., in de zomer wordt dit rondje zelfs nog met 45km uitgebreid in de Triathlon van Embrun. In 2 van de 6 ritten zaten nieuwe uitdagingen  ingebouwd, op dinsdag  was er de beklimming van de wondermooie noordzijde van de Col de la Cayolle en de afdaling van de zuidkant. Na de lunch in St.Martin d´Entraunes moest de zuidkant van de Cayolle worden bedwongen, in de praktijk bleek dit een zware opgave want in een bakoven 21km klimmen met een gemiddelde stijging van 6,5% is een zeer vermoeiende bezigheid. Toch bleek de maandagrit van 105km met een totaal hoogteverschil van 1800m. en een hoogste top op `slechts` 1600 meter de meest lastige rit van de week te zijn. Vanaf de camping reden we eerst op de flanken van de Mont Guillaume omhoog. Om er ´s morgens mee te beginnen is die voor sommigen al lastig. Dan volgt de afdaling naar Chorges en van daaruit een op en af landweggetje naar Les Borels, daar op een hoogte van ca 950m begint de klim naar de top van de Col de Moissiere. In de voorbeschouwing had ik de ruim 7km lange beklimming als volgt beschreven;—- In lange haarspeldbochten loopt de weg geleidelijk omhoog. Het blauwe Lac de Serre Ponçon zakt langzaam onder ons weg, maar lastig is het nooit. Dan komen we echter in het bos en de aard van de klim verandert. Zo steil, zo onregelmatig, die laatste 3km zorgen ervoor dat we deze Col als “een draak” van een klim zullen herinneren.—-  Dat is duidelijk toch?  Toen we bij Les Borels aan het eerste deel begonnen riep ik dan ook;  ” doe het een paar kilometer rustig aan, want straks heb je alles nodig”. Dat ontging twee heren;  zij vechten vaak, op het scherpst van de snede, om elke meter berg en gingen ook nu weer als een “speer” omhoog. We lieten ze begaan. Een km. of 3 verderop begon de rest van de groep aan de versnelling en vlak voor het aanbreken van de zwaarste 3km van 10% en meer kwam ik bij Frans en Leo. Ik hoorde ze met versnelde ademhaling praten over rijk en arm, goed en slecht, leven en dood, gelukkig, het ging dus niet om prestige. Ik reed de twee voorbij waarop Frans vroeg;  “is ‘t nog ver”? ” De 3 zwaarste kms. komer er zo aan”, riep ik terug. Met een gemompelde verwensing, hield Leo de benen stil, terwijl Frans niet veel later ook besefte dat hij het te vroeg verschoten kruit nu ging tekortkomen. Achter me zag ik dat Frank het langst in de buurt bleef, maar daarna had ik genoeg aan mezelf om de klus te klaren.  Op 1573m hoogte stond ik tevreden uit te blazen over de geleverde prestatie. Ik wachtte in spanning af hoe de beleving van mijn medefietsers zou zijn geweest. Nou, zonder uitzondering kwamen de heren boven, echter met weinig vleiende opmerkingen aan mijn adres en dan druk ik me nog zachtjes uit. Ik verzocht iedereen om zich heen te kijken en het lieflijke van de omgeving goed in zich op te nemen. Ze werden er niet milder door.  Ook de uurtjes buiten het fietsen om, het campingleven dus, beviel ook deze week weer uitstekend. Over het “slotfeest” op de laatste avond doen nog steeds sterke verhalen de ronde.

In 2009 mochten we een hoog percentage “nieuwelingen” begroeten, enthousiast gemaakt door de verhalen over de 6 voorgaande jaargangen voegden Ab en Harro Heijboer, Tiny van Terheijden, Huib Smits en Wilbert Stadhouders zich bij de ervaren Alpenweekgangers. De laatste 2 brachten ook nog eens hun partner/kinderen mee, dus ook de sfeer voor de achterblijvende partners werd daardoor leuker. Deze fietsweek stond niet in het teken van veel vernieuwing, wel beklommen we de Col d’Agnel (2744m) en de Col de la Bonette (2802) de 2 hoogste Cols van Frankrijk. Nieuw was wel dat we, naast de clubkleding, in een volledig nieuw Alpenweek tenue konden rondrijden. Verder was in het Alpenparcours voor de eerste maal een deel van het Vallouisedal met de klim naar Puy Aillaud (1600m) opgenomen. Uiteindelijk werden 512kms gereden en werden 10300 hoogtemeters overwonnen.

De laatste Alpenweek in de rij tot nu toe is die van 2010, want in 2011 reden we immers Zierikzee-Menton. Zierikzee-Menton was een krachtproef die niet te vergelijken is met een Alpenweek. Een alpenweek kent veel meer ontspanning en veel minder druk door het feit dat je niet per definitie verplicht bent om dagelijks, met bijna militaire discipline, een vast ritme moet hanteren omdat je van dag tot dag aan een schema vast zit. Zijn de weersomstandigheden niet goed, kunnen we niet op tijd eten, is er een fiets kapot, nou ja, dan vertrek je wat later of misschien wel helemaal niet. In 2010 waren trouwens de nieuwelingen van 2009  weer van de partij en werd het door toedoen van iedereen weer een fietsfeest. Een hoogtepunt was er al op de tweede dag toen we naar het hoogst geasfalteerde punt van het Vallouisedal reden. Naar Pré de Madame Carlé, daar ligt een groot parkeerterrein en wandelaars vertrekken van daaruit naar de Glacier Blanc een fantastisch mooie wandeling. Wij kwamen er aan op de fiets en genoten van een heerlijke “plat du jour” op het terras van het bergrestaurant. Tiny van Terheijden sprak daar in het frans z’n dankwoord uit. Veel indruk maakte ook de zogeheten  koninginnerit. Het Circuit des 3 Cols werd nu in beduidend kortere tijd bedwongen dan in 2004, wellicht ook dank zij de ploegleider van dienst. Toon van der Wekken bewees ons goede diensten door ons die dag met de auto te begeleiden. Ook de picknick boven bij Vallon du Mélézet op vrijdag oogste weer veel bijval, met dank aan de dames die er een feestmaaltijd van maakten. De meeste indruk heeft echter de dinsdagrit naar Ferrere in Italie achtergelaten. Eerst 45 minuten in de auto naar de top van de Col de Vars om die vervolgens via de zuidzijde per fiets af te dalen. Na St. Paul afslaan richting Italie met gelijk de eerste beklimming, de Col de Larche. Het eerste deel van die beklimming is op eigen risico, want er durft wel eens een steenlawinetje naar omlaag te komen. We hadden besloten om de klim gezamenlijk te doen in een voor iedereen aanvaardbaar tempo en dat lukte voortreffelijk, na 16km stonden we op 1991m hoogte op de grens met Italie. We daalden af met een serie fraai lopende haarspeldbochten, één nadeel er werd geasfalteerd. Op een gegeven moment reden we op het verkeerde baantje en vervolgens konden gedurende een half uur steentjes peuteren. We bereikten het plaatsje Bersezio, daar moesten we rechtsaf de berg op. Het weggetje was ongenummerd en zo smal hadden we ze nog niet vaak gezien, maar rustig was het wel. We zijn één auto tegengekomen, van de posterijen, en dat gedurende 6km. Gemiddeld klommen we toch wel een procent of 7 en keek je over een afbrokkelend stenen randje de afgrond in. Na het bos, in het open gebied zag de omgeving er geweldig uit en in de verte zagen we het piepkleine dorpje liggen. Ferrere daar moesten we heen, daar was het ook einde weg. Het dorpje leek verlaten, de dichte luikjes van de huisjes wezen op weekend- of vacantiehuisjes. Aan het kerkje werd verbouwd, dus leven moest er zijn en jawel hoor, een straatje om en een bochtje om, daar stonden we op het terras van Rifugio Becchi Rossi. Het leek verlaten maar enige tijd later konden toch met handen en voeten en  het woord “mangiare”  aan iemand kenbaar maken dat we wat wilden eten. Op dat moment werden er al wijnglazen aangedragen en het kostte genoeg moeite om duidelijk te maken dat wij alleen cola en koffie zouden drinken. Raar volkje, die fietsers,  moeten ze hebben gedacht. Een simpel pastaatje bestellen? Mooi niet, er kwam een 3-gangen menu(utje) op tafel en wat dat precies zou inhouden konden we niet verstaan. Alles kwam goed, het werd een voedzame maaltijd voor een simpel prijsje. De nota was zo laag dat we maar een boven normale fooi hebben gegeven. Dan de terugweg. In  de afdaling naar Bersezio  reden de meesten links van de weg, want aan de rechterkant was de weg “brokkelig” en de afgrond diep. Beneden bij Bersezio draaiden we weer de “gewone” weg op en enkele kilometers verderop bij Argentera begon dan weer de klim naar de top van de Col de Larche, hier in Italia de Colle della Maddalena geheten.  In heerlijke hairpins draait de weg hier omhoog, zonder dat het ergens lastig wordt. De moeilijkste klim bewaarden we tot het laatst. want bij Paul sur Ubaye moet de Col de Vars nog worden bedwongen. Ruim 8km klimmen en de laatste 5 km. bedraagt het stijgingspercentage 9% van 1660 naar 2109m. en dan heb je er al 90km met een aantal Cols opzitten. Toch heb ik begrepen dat er op de flanken van de Col de Vars nog flink is gestreden, deze dag kwam ik in de “bus” binnen. Iedereen mag dan wel moe zijn na zo’n dag, maar als de fiets éénmaal weer in of bij de auto staat dan is de lach en de babbel ook weer snel terug. Gelukkig maar.  De Alpenweek 2010 telde 530km en 11500 hoogtemeters.

Het is nu februari 2012. De Alpenweek voor de week van 23 tot 30 juni staat dankzij Wilbert Stadhouders en Ab Heijboer al enige tijd in de steigers. Dat dit initiatief wordt omarmd en dat de week geliefd is blijkt wel uit het feit dat de deelnemers van de laatste jaren ook deze keer weer van de partij zullen. Peter Kloet, Tiny van Terheijden, Ab en Harro Heijboer, Wim Evertse, Frank van der Vliet, Hans van Elzelingen, Frans Dieleman, Wilbert en Michiel Stadhouders, Huib Smits en Cees Lodewijk horen tot die categorie. Tot nu toe ook één nieuwkomer;  Jan Flach, gelouterd in Zierikzee- Menton zal ook afreizen naar Baratier. Verder hebben ook Helma Kloet, Wies van Terheijden, Ada Heijboer, Thea Evertse, Franny v.d. Vliet, Joke Dieleman, Marja Stadhouders, Yolanda en kinderen Smits en Tiny Lodewijk gekozen voor een vakantieweek in Baratier. Zullen er nog meer aanmeldingen volgen? Tot nu toe zijn er vanaf 2003 nu 99 inschrijvers geweest. De eerstvolgende zou nummer 100 zijn, kost wel een rondje natuurlijk.

6 gedachten over “Alpenweek nieuwe stijl is nu al succes, een terugblik vanaf de start in 2003”

  1. Je hebt er weer een heel boekwerk van gemaakt Cees. Prachtig man!
    Het doet de harten weer wat sneller doen kloppen.

  2. Cees,

    Dit is weer terug denken aan de momenten waarop ik dacht hoe gek moet je zijn om dit op te zoeken, maar ik had het niet willen missen , de momenten van yes , ik ben er, maar ook de momenten van diep gaan afzien en verstand op nul en zie maar .
    De meest slechte momenten heb ik wel gehad toen we terug vanaf St.Martin d’Ent,de Col de la Cayol terug op moesten , we hadden in het dorpje wat gedronken op een terras ,waar we op een gegeven moment vanaf moesten . De reden hiervan was dat er twee grote vrachtwagens met schapen langs moesten , die een scherpe bocht naar links moesten nemen en door het scherpe draaien het asfalt los kwam mede door de hitte veroorzaakt , het was die dag bloedheet. ook naar de de Agnel was er zo moment waar ik de man met een moker tegen kwam.
    Maar het waren mooie weken , een voor allen en allen voor een als het nodig was , niemand kwam alleen boven altijd was er een man bij de laatste , en dat vond ik mooi .

    Ja , weer een Alpenweek met een andere opzet ,losser geen strakke planning doe wat je wil doen , maar bovenal genieten denk ik .
    Het samenkomen op het ” dorpsplein ” ( voor de Caravan’s )op de Camping na de tochten was altijd een gezellige aangelegenheid.
    Wie weet misschien komen er nog wel éen of twee bij , ja wie weet.
    Cees mooie samenvatting, het leest weer lekker.

    Leo

  3. Leo.
    Ik heb vernomen dat jij met nog een paar MTBers in dezelfde week in de buurt zit.
    Als dat zo is moet er iets te regelen zijn dat er gezamelijk in de nietfiets momenten een donker biertje wordt genuttigd. Toch?

  4. Cees, bedankt voor deze prachtige samenvatting. Ik kan haast niet wachten tot het weer eind juni is, dan kunnen we de bergen weer in.

  5. Cees, een hele mooie beschouwing met een historische waarde voor ons RTC archief. Wanneer je het leest en enige ervaringen in de bergen rijker kan het niet snel genoeg zomer worden. Fietsen hier in Zeeland heeft zonder meer uitdagingen met het spel van wind en het vlakke, maar wanneer ik dit weer lees en de plaatjes zie geeft mij dit toch meer uitdaging. Kan niet wachten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.